> For the complete documentation index, see [llms.txt](https://manual.stoffenmanager.app/llms.txt). Markdown versions of documentation pages are available by appending `.md` to page URLs; this page is available as [Markdown](https://manual.stoffenmanager.app/inventariseren/producten.md).

# Producten

**Open:** Inventariseren → producten

Overzicht: Productoverzicht met filters, kolomselectie, zoekfunctie, aantal producten in het overzicht en de knop ‘Product aanmaken’ (rechtsboven).\
Er worden speciale pictogrammen weergegeven om CMR-/gevarenclassificaties aan te geven of om aan te geven dat de houdbaarheidsdatum van een product is verstreken.

Nieuw product aanmaken: Klik op ‘Maak product’ (rechtsboven) → er verschijnt een pop-upvenster waarin je de basisgegevens, zoals de naam, van het product kunt invullen.

·      Naam (VIB §1)

o   Gebruik hierbij de productnaam zoals vermeld op het veiligheidsgegevensblad rubriek 1.1, zodat een uniforme productidentificatie wordt vastgesteld.

### <mark style="color:$primary;">**Algemene eigenschappen**</mark>

·       Unieke formule-identificatie (UFI) (VIB §1)

o   Een UFI (Unique Formula Identifier) code is een **alfanumerieke code van 16 tekens** die de unieke chemische samenstelling van een gevaarlijk mengsel voor antigifcentra identificeert. Op de etiketten van gevaarlijke producten die in de Europese Economische Ruimte (EER) worden verkocht, is vereist dat er in geval van noodgevallen snelle en nauwkeurige identificatie wordt gegarandeerd. Je kunt de UFI-code vinden in rubriek 1.1 van het veiligheidsinformatieblad.

·       Verloopdatum

o   Wanneer deze datum verloopt, moet het product worden gecontroleerd op de beschikbaarheid van nieuwe gegevens. Dit kunnen componentgegevens of productgegevens betreffen in de vorm van een bijgewerkt veiligheidsinformatieblad. De verloopdatum verschijnt in het productoverzicht en wanneer het product is verlopen, verschijnt er een rode klok achter de productnaam.

·       Leverancier (VIB §1)

o   Dit is de verantwoordelijke partij voor het verstrekken van het veiligheidsinformatieblad. Er kan een nieuwe leverancier worden toegevoegd bij inventariseren --> leveranciers. De adresgegevens zijn te vinden in het veiligheidsinformatieblad rubriek 1.3.

·       Locaties

o   Koppel het product aan de locaties waarop het product wordt gebruikt en/of aanwezig is. Locaties kunnen worden aangemaakt of bewerkt in instellingen--> locaties.

·       Fysieke toestand (VIB §9)

o   De fysieke toestand van een product kan vast, vloeibaar of gas zijn. Gebruik de gegevens die in rubriek 9 van het veiligheidsinformatieblad worden verstrekt. Wanneer een pasta, lijm of spuitbus wordt genoemd, gebruik dan de fysieke toestand van vloeistof. Let op dat een gas buiten het toepassingsgebied van Stoffenmanager® Next valt en daarom niet kan worden gebruikt in een risicobeoordeling.

·       Intrinsieke emissie/stoffigheid (voor vaste stoffen)

o   Wanneer je een vaste fysieke toestand kiest, verschijnt er een keuzemenu waarin de stoffigheid van het product moet worden ingevoerd.

·       Kookpunt (voor vloeistoffen) (VIB §9)

o   Wanneer je een vloeibare fysieke toestand kiest, verschijnt er een veld waarin het kookpunt van het product moet worden ingevoerd in graden Celsius (°C). Dit wordt vervolgens gebruikt voor het herberekenen van de dampspanning van het product als het product later wordt gebruikt in een scenario met verhoogde procestemperatuur. Het kookpunt is te vinden in rubriek 9 van het veiligheidsinformatieblad.

·       Vlampunt (VIB §9)

o   Het vlampunt is de laagste temperatuur waarbij de damp van een vluchtige brandbare stof in de lucht ontbrandt wanneer deze aan vlammen wordt blootgesteld. Deze informatie is te vinden in rubriek 9 van het veiligheidsinformatieblad.

**Dampspanningen** (VIB §9)

o   Dampspanning voor het product in Pascal (Pa) en temperatuur in graden Celsius (°C).\
Dampspanning is de mate waarin een vloeistof dampen afgeeft in de omringende lucht.&#x20;

Na het opslaan:

•    Het product verschijnt in het overzicht.\
•    Rechtsboven in het detailpanel: knoppen voor sluiten, archiveren/verwijderen of op vol scherm weergeven.\
•    Om een product te verwijderen, moet je het eerst archiveren. Na het archiveren verandert het pictogram zodat je het product kunt verwijderen.\
•    In het detailpanel van het product worden de volgende aantallen weergegeven: aantal gekoppelde locaties, aantal componenten, aantal scenario's waarin het product wordt gebruikt en de vervaldatum.\
•    Onderaan het detailpanel: aanmaakdatum en datum van laatste wijziging.

Als je een product selecteert, wordt er een detailvenster geopend waarin je gegevens kunt bewerken en opmerkingen kunt toevoegen:

### <mark style="color:$primary;">**Tabblad 1 - Eigenschappen**</mark>

De ingevoerde eigenschappen van het product en de mogelijkheid om de gegevens te bewerken.

### <mark style="color:$primary;">**Tabblad 2 - Samenstelling**</mark> <mark style="color:$primary;"></mark><mark style="color:$primary;">(VIB §3)</mark>

Voor kwantitatieve blootstellingsberekeningen is de samenstelling van het product vereist.

De componenten moeten eerst in het componentenoverzicht worden aangemaakt, voordat ze zichtbaar zijn in het dropdownmenu voor componenten.

Klik op ‘Component toevoegen’ om componenten aan het product toe te voegen.\
\
Er verschijnt een pop-upvenster:

Component

o   Zoek een component door het CAS-nummer, het EG-nummer of de naam van de component in te voeren. Voordat je gaat zoeken, kun je de componenten filteren op fysieke toestand.

\
Concentratie

o   Voer de laagste en hoogste waarde voor de concentratie in. Stoffenmanager® berekent de gemiddelde waarde van het ingevoerde bereik.

Als er geen bereik wordt opgegeven in het veiligheidsinformatieblad, vul dan alleen de laagste of hoogste waarde in.

Als er een exact concentratieniveau wordt opgegeven, moet deze waarde in zowel het veld voor de laagste als dat voor de hoogste worden ingevoerd.

Klik op ‘**Opslaan**’ om de samenstelling aan het product toe te voegen en herhaal de stappen als het product meerdere componenten bevat.

### <mark style="color:$primary;">**Tabblad 3 - Veiligheid**</mark> <mark style="color:$primary;"></mark><mark style="color:$primary;">(VIB §2)</mark>

Het tabblad ‘Veiligheid’ is nodig om de gevarenclassificatie van het product vast te stellen.

Klik op ‘Voeg veiligheid toe’ om de gevarenclassificatie aan het product toe te voegen.

Er verschijnt een pop-upvenster:

o   Gevaaraanduidingen

Voeg gevaaraanduidingen toe om het product te classificeren. Deze classificatie wordt gebruikt om gevarenklassen toe te wijzen en daarmee de producten te rangschikken op basis van gevaarlijke aspecten.

o   Voorzorgsmaatregelen

De voorzorgsmaatregelen zijn gebaseerd op de gevaaraanduidingen en bevatten productspecifieke maatregelen om de veiligheid en gezondheid van de werknemer te waarborgen.

o   Signaalwoord

Het signaalwoord geeft een gevaar- of waarschuwingsmelding voor het product op basis van de gevarenaanduidingen.

o   Gevaarpictogrammen

Gevaarpictogrammen geven de gevaren van het product weer en worden samengesteld op basis van de gevaaraanduidingen.

Klik op ‘**Opslaan**’ om de gevarenclassificatie aan uw product toe te voegen.

### <mark style="color:$primary;">**Tabblad 4 - Informatie**</mark> <mark style="color:$primary;"></mark><mark style="color:$primary;">(VIB §4)</mark>

In het tabblad ‘Informatie’ kun je de gegevens invoeren voor de productinformatiekaart (PIKA) en de werkplekinstructiekaart (WIK).

Klik bij elk onderwerp op ‘Toevoegen’ om een pop-upvenster te openen:

o   EHBO-instructies

\-          Selecteer de taal waarin je de informatie invoert.

\-          Vul de algemene informatie en informatie over eerste hulp bij inademing, huidcontact, oogcontact en inslikken in zoals vermeld in rubriek 4.1 van het veiligheidsinformatieblad.

Klik op ‘**Opslaan**’ om het pop-up venster te sluiten en terug te keren naar het tabblad ‘Informatie’.

o   Veiligheidsvoorschriften

\-          Selecteer de taal waarin je de informatie invoert.

\-          Vul de blusmiddelen en ongeschikte blusmiddelen in zoals vermeld in rubriek 5.1 van het veiligheidsinformatieblad.

\-          Vul de milieumaatregelen in zoals vermeld in rubriek 6.2 van het veiligheidsinformatieblad.

\-          Vul de reinigingsinstructies in zoals vermeld in rubriek 6.3 van het veiligheidsinformatieblad.

\-          Vul de opslaginstructies in zoals vermeld in rubriek 7.2 van het veiligheidsinformatieblad.

\-          Vul de informatie over milieurisico’s in zoals vermeld in rubriek 12 van het veiligheidsinformatieblad.

Klik op ‘**Opslaan**’ om het pop-upvenster te sluiten en terug te keren naar het tabblad ‘Informatie’.

o   Beheersmaatregelen

\-          Kies het type ventilatie zoals aangegeven op het veiligheidsinformatieblad.

\-          Kies het type oog- en gezichtsbescherming, beschermende handschoenen, beschermende kleidng en type adembescherming uit het keuzemenu.

Klik op ‘**Opslaan**’ om het pop-upvenster te sluiten en terug te keren naar het tabblad ‘Informatie’.<br>

### <mark style="color:$primary;">**Tabblad 5 - PIKA**</mark>

Hier kun je de instellingen voor de productinformatiekaart (PIKA) van het geselecteerde product aanpassen.

Klik op ‘PIKA toevoegen’ om een PIKA aan het product toe te voegen.

Er verschijnt een pop-upvenster:

o   Taal selecteren

\-          Selecteer een taal voor jouw PIKA. Alle standaardtekst op de PIKA wordt aangepast aan jouw keuze.

o   Template selecteren

\-          Selecteer het template voor jouw PIKA. Aan de rechterkant van het venster wordt een voorbeeld weergegeven.

**Klik op ‘Publiceer’ om je PIKA te publiceren en het pop-upvenster af te sluiten.**\ <br>

### <mark style="color:$primary;">**Tabblad 6 - Opmerkingen**</mark>

In dit tabblad kun je opmerkingen toevoegen aan het geselecteerde product.

\-          Klik in het opmerkingenveld en voer aanvullende informatie over het product in.

Klik op ‘Voeg opmerking toe’ om jouw opmerking op te slaan; deze wordt vervolgens onder de knop ‘Voeg opmerking toe’ weergegeven. Je kunt de opmerking bewerken of verwijderen door op de knop ‘Wijzigen’ of ‘Verwijderen’ te klikken.<br>
